zaterdag, mei 19, 2012
   
Text Size
Log-in

Pompeblêden en hunebedden

Sinds kort weet ik wat pompêbleden zijn. En waarschijnlijk vergeet ik dat woord nooit meer.

Ik kan mij de verontwaardigde en agressieve kreten van de Friezen in ons team nog goed herinneren, nadat Marije Joling tijdens het eten enthousiast sprak over ‘van die rode hartjes’.

Wijze les: uit zelfbescherming mag ik het dus nóóit hebben over de hartjes op de Friese vlag, dat kan gevoelig liggen. Het zijn pompeblêden.


Sinds team Groenewold leef ik tussen de mensen die hun vader en moeder heit en mem noemen, die thuis praten / proatn over skaatsen en scheuvelen, of geregeld ‘och mien jong’ zeggen. Daarnaast hebben sommigen ‘alle tiet’. (Waarna ik het soms niet kan laten een flauwe opmerking te maken.)


Van iedereen met wie ik tegenwoordig regelmatig op kamp ben, praat twee derde thuis anders, dat zijn dus zes van de negen mensen.
Drents, Gronings, Fries, West-Fries, Twents; de Noord-oostkant van Nederland is in onze ploeg goed vertegenwoordigd.


En dan is een van die drie ‘normale praters’ die overblijven er ook nog eens een die thuis dan wel niet anders praat, maar standaard een eigen accent heeft, met soms woorden die mij onbekend zijn.


Maar dan nu het meest erge van dit alles: ik word nagepraat.


Ik.


Ík!


Het is echt waar. Mijn nette, beschaafde, prachtige, westerse, absoluut niet opvallende R wordt regelmatig nagedaan. Als ik zeg ‘Fleur’, volgt een grandioos overdreven bekakte echo van hetzelfde woord.


Erger nog, als het Marije is die mij besluit na te praten, dan denkt ze zelfs dat het volstaat als ze Nederlands spreekt met Amerikaans accent. Voor sommige mensen is Zuid-Holland kennelijk de andere kant van de wereld.


Na jaren in het gewest is dat dus erg vreemd. Het veilige, wij-spreken-allemaal-ABN-en-ik-versta-jullie-feilloos-gevoel, dat is weg. Met heimwee kijk ik terug naar de gesprekken daar aan tafel.


Toen kon ik onbezorgd praten. Daar viel je alleen op als je diep in de wijken van Rotterdam was opgegroeid, of onder de rivieren woonde ( daar zeggen ze ‘shirtie’ en ‘broekie’). Daar werd Harrie Jekkers ook gewoon gepersifleerd, daar had ik nooit te maken met een taalbarrière.


Maar helaas. De enige hoop die ik heb, is dat ze door al dat napraten wellicht binnen niet al te lange tijd allemaal met een mooie, westerse R praten.


Nu zijn wij in Duitsland, Inzell om precies te zijn. Dat maakt dat de uitspraken nog etwas bijzonderder worden. ‘Ein heisse choco zonder sahne’ kwam al langs. Maar wat dat betreft is het bij team Groenewold nog niet zo beschamend als bij Zuid-Holland.


Ik zal geen namen noemen, maar daar was namelijk iemand die tijdens een trainingskamp in alle ernst vroeg om ‘ein wasser ohne sahne’ bij het eten.


Sponsor

Banner
001_nederlandse_ploeg.jpg

Twitter

lvdgeest: Note to self: volgende keer bij dergelijk bericht werken met hashtag ;) Wat geweldig al die reacties, bedankt!! (#lisettestopt)
lvdgeest: @Extopsporter Dankjewel! Goeie site!
lvdgeest: @maartenhitman dankje! Mooi initiatief die vereniging!
lvdgeest: @hendriksmj (maar het sloot destijds wel aan bij mn gevoel hoor.)
lvdgeest: @hendriksmj en zo is het!